Hoi allemaal,
Hier al weer een bericht vanuit Canada.
Weer veel te melden nu ik met mijn ouders al weer een week aan het rondtrekken ben met een camper.
Vorige week maandag eerst de camper opgehaald.
Dit ging niet helemaal soepel maar een paar uur later waren we toch onderweg met een stuk grotere camper dan ik had besteld.
Ach een beetje extra luxe is nooit verkeerd op vakantie.
Eerst naar Drumheller gereden waar we net voor het donker aankwamen.
Drumheller ligt in de “Badlands” een gebied waar heel erg goed te zien is wat erosie voor gevolgen kan hebben.
De naam “Badlands” komt van het feit dat er weinig meer groeit dan hard droog gras.
De reden dat we hier naartoe is echter het Royal Tyrrell museum, een museum over dinosaurussen.
Dit gebied is namelijk een wereldberoemde vindplaats van dinosaurus fosielen.
Ik was 16 jaar geleden hier al eens geweest maar het was weer erg indrukwekkend.
Buiten het museum was er nog een wandeling die erg mooi de erosie liet zien.
Zo waren er ook een paar Hoodoo’s, pilaren van zandsteen waarop een hardere steen bovenop lag.
Wind en regen haalde het zachtere zandsteen weg waardoor er een soort paddestoel ontstaat.
Het hele landschap zag er uit als een soort maanlandschap.
In de omgeving van het museum veel grondeekhoorns en een chipmunk gezien en s’morgens hadden we al een coyote gezien.
Volgende dag ging ik s’morgens een wandeling op de camping maken en vond ik een beverburcht waarin ik de jongen kon horen piepen.
Verder nog 4 bevers gezien waarvan 1 erg dichtbij.
Nog een paar Hoodoos bezocht en toen zijn we naar het zuiden gaan rijden.
Onderweg bij Chunty nog een museum bezocht over de geschiedenis van de Blackfoot indianen, de oorspronkelijke bewoners van dit gebied.
Indianen zoals wij ze kennen worden hier Native’s genoemd.
Museum was nog maar een paar jaar oud en was erg mooi opgezet.
Doorgereden naar een camping aan de “Old man river” vlakbij Fort Macleod waar ik tijdens het hout verzamelen voor het kampvuur nog een Gartersnake tegenkwam.
Deze blijkbaar ongevaarlijke slang komt hier regelmatig voor maar ik had ze nog nooit eerder gezien.
S’avonds lekker vuurtje gestookt na eerst hout gehakt te hebben met het bijl wat ik van de SAF heb gekregen.
Werkt goed, nogmaals bedankt ervoor.
Dit geeft toch wel het echte vakantie gevoel, kamperen aan een rivier met een kampvuur.
Volgende dag naar de “Head-Smashed-in Buffalo Jump gereden waar een heel mooi museum verteld hoe het doden van bizons vroeger te werk ging.
De bizons werden eerst in een soort fuik en daarna langzaam richting een afgrond gelokt.
Vlak voor de afgrond werden ze dan aan het schrikken gemaakt en in hun paniek keken ze niet meer waar ze liepen en tuimelden in volle snelheid van een 10 – 20 meter hoge rotswand af.
Onder aan de rotswand was het kamp van de indianen die hiermee hun wintervoorraad eten en kleding veilig stelde.
Volgens onderzoeken is deze afgrond voor dit soort slachtingen voor zo’n 7500 jaar gebruikt en zijn er enkele honderduizenden bizons hier gesneuveld.
Naast het museum was er ook een wandeling zowel onder aan de afgrond als boven op de rand zodat je een goed idee kreeg hoe het in zijn werk ging.
Het was een mooie dag en we hebben hier ook veel marmotten en grondeekhoorns gezien.
Doorgereden naar Waterton Nationaal park (NP).
Onderweg zagen we een coyote en een aantal witstaartherten die we overigens regelmatig onderweg zien in kleine groepjes.
Vanuit de camping net buiten het park hadden we een geweldig uitzicht op de bergen van de Rockie Mountains.
Volgende morgen zag ik een eland de weg oversteken toen ik naar het toiletgebouw liep.
In Waterton NP hebben we ontzettend veel dieren gezien, zoals Wapiti, witstaart en nog een ander soort herten
Verder dikhoornschapen, berggeiten en een coyote.
Een deel van deze dieren zagen we bij het bezoekerscentrum terwijl we daar in het zonnetje zaten te genieten.
Ze kwamen gewoon vanuit het bos de weg op lopen waardoor auto’s op de rem moisten.
Erg leuk moet ik zeggen.
Er lag nog veel meer sneeuw dan normaal in het park waardoor de meeste wandelroutes nog onbegaanbaar waren.
De wandelroute bij de Red Rock Canyon was open maar daar moesten we toch nog af en toe door een halve meter sneeuw worstelen.
Maar deze canyon was erg indrukwekkend.
Dag erop weer mooi weer, hoewel de nachten aardig fris zijn en weer naar Waterton NP gegaan.
Was duidelijk minder wild dan de dag ervoor maar toch veel herten gezien en een soort korhoen.
Ben nog naar “The Bears Hump” gelopen vanwaar ik een heel mooi uizicht had over de beide meren hier met de bergen op de achtergrond en het dorp Waterton.
Er lag nog wel erg veel sneeuw op de pad naar boven maar het was de moeite waard.
Hierna naar het westen gereden, naar British Columbia via Pincher Creek en Crowsnest Pass waar we de Rockies door zijn gestoken.
Nog even bij Frank’s Slide gekeken, een plek waar in 1903 een enorm stuk van de berg naar beneden kwam wat een heel dorp bedolf onder rotsen.
Voor het museum waren we te laat, helaas maar er is zoveel te zien en we kunnen nou eenmaal niet alles.
In Sparwood vonden we een hele mooie camping waar we s’avonds ook nog een kampvuur hebben gestookt.
Volgende dag eerst een wandeling vanaf de camping gemaakt.
Was best mooi maar geen wild, zou die berenbel van ons mam dan echt alles ver het bos in jagen?
In Cranbrook bij Elisabeth Lake een wandeling langs het water gemaakt waar we een stuk of 18 schildpadden zagen, 2 Garterdsnakes (gevangen door kinderen), een paar Candese ganzen met 17 jonge gansjes, veel volgels en een muskus rat.
Bij Moyie lake Provincial park besloten we te overnachten.
Hier liepen de herten bijna over de kampeerplekken, was wel een erg mooi gezicht.
Na eerst nog 2 wandelingen gemaakt te hebben zijn we de volgende dag richting Creston gereden.
Creston is een redelijk grote plaats in een brede riviervallei.
Heb het altijd een mooie plek gevonden en in tegenstelling tot Nelson is er veel meer zon omdat de bergen iets verder weg zijn.
Hier wat informative ingewonnen over potentiele werkgelegenheid etc. en op ons gemak wat rondgekeken.
Zou een interessante optie kunnen zijn, maar eens een paar dagen naar toe gaan om alles eens goed te onderzoeken.
Langs Kootenay Lake naar het noorden gereden via een bochtige maar hele mooie weg.
Na bijna 80 km langs het water te hebben gereden zijn we het meer overgestoken bij Kootenay Bay naar Balfour.
Deze oversteek is zo’n 10 km en dit is de langste gratis oversteek ter wereld.
Langs de West Arm naar Nelson gereden wat zo’n 30 km verderop ligt.
Hier eerst bij het motel langs gegaan om mijn ouders te laten zien waar ik heb gewerkt en wat ik heb gedaan en daarna naar de camping.
Was de eerste dag dat we regelmatig een regenbui hebben gehad sinds we met de camper op pad zijn.
Goed, genoeg voor vandaag, wij blijven nog een dag in Nelson om het nodige te zien en te regelen en dan gaan we weer verder.
Ik zie jullie reacties graag tegemoet maar heb niet altijd internetmogelijkheden dus het kan wel eens wat langer duren voordat ik terug reageer.
Joris
Helaas geen foto's deze keer al heb ik die wel maar door de trage internetverbinding lukt het me niet ze te downloaden.
Wil proberen om alle vakantiefoto's online te zetten zodat iedereen ze op z'n gemak kan bekijken.
Maar weet niet precies hoe dit werkt dus als iemand een suggestie heeft dan verneem ik dit graag.
He Joris, er zijn weinig emigranten/immigranten die tijd hebben voor zo'n prachtige vakantie in hun 1e jaar. Moet je ons nou echt jaloers maken..? pas maar op of wij komen ook daar naar toe en dan wordt Ca een stuk drukker... ;-) Geniet van je ouders en de omgeving...
BeantwoordenVerwijderen